Al tien jaar lang zet Heel Arnhem Schoon zich in voor een stad waar bewoners, bedrijven en gemeente samen verantwoordelijkheid nemen voor een schone leefomgeving. Mike, coördinator van Heel Arnhem Schoon, ging in gesprek met wethouder Bob Roelofs, verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Ze spraken over de rol van vrijwilligers, de uitdagingen van gedragsverandering en het Arnhem van 2035.
Hoe zie jij de rol van Heel Arnhem Schoon in de komende tien jaar?
Heel Arnhem Schoon heeft de afgelopen jaren echt een olievlekwerking gehad, en dat moet vooral zo blijven. Het is inmiddels een brede beweging geworden, actief in alle wijken. Schoon zijn hoort bij ons Arnhemse DNA.
Wat ik er zo mooi aan vind, is dat het niet meer alleen iets van de gemeente is. Het is van ons allemaal geworden — bewoners, vrijwilligers, scholen, ondernemers. Die gezamenlijke verantwoordelijkheid, dat vind ik echt fantastisch. Het voelt als een gedeelde opdracht om samen te zorgen voor onze stad. En dat is precies waar Heel Arnhem Schoon voor staat.
En als je vooruitkijkt naar 2035 — hoe ziet jouw droombeeld van Arnhem eruit als het gaat om de openbare ruimte?
Dan zie ik een stad die niet alleen schoon en veilig is, maar ook bruist. Een stad waar je kunt ontspannen, bewegen en genieten van de omgeving. Waar mensen zich prettig voelen.
We hebben bijna dertig parken in Arnhem — dat is gigantisch! En daarbuiten nog veel meer openbare ruimte die we kunnen gebruiken om te ontmoeten, te bewegen of gewoon even op adem te komen. Voor mij hoort dat bij een levendige, gezonde stad.
Ik vind Arnhem nu al de mooiste stad van Nederland, en dat moet ze in 2035 nog steeds zijn. Het vergroenen van de binnenstad, het verminderen van hittestress, meer ruimte voor mensen in plaats van stenen — dat hoort allemaal bij dat toekomstbeeld. En vergroening hoort voor mij onlosmakelijk samen met een schone stad.
Wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen om Arnhem schoon en leefbaar te houden?
De grootste uitdaging is volhouden. Vrijwilligers moeten succes blijven ervaren, want dat houdt de motivatie hoog. Daarom moeten we als gemeente blijven ondersteunen — ook structureel — zodat die betrokkenheid blijft groeien.
Daarnaast moeten we blijven innoveren: met glutons, peukenzuigers en slimme afvalbakken bijvoorbeeld. Techniek helpt, maar de kern ligt bij gedrag.
Sommige mensen zeggen dat Arnhem geen schone stad is, maar dat bestrijd ik. Arnhem is schoon. Alleen de mentaliteit om niet zomaar iets van je af te gooien, dat kost tijd om te veranderen. Dat is een proces van de lange adem waarbij opgeven geen optie is.
Waar word jij blij van als je door de stad loopt?
Van mensen die genieten van de stad. Als het lekker weer is, als mensen buiten zijn, bewegen, elkaar ontmoeten — daar krijg ik energie van. En als ik voel dat mensen trots zijn op Arnhem en denken: dit is ook mijn stad, hier draag ik zelf aan bij, dan weet ik: het werkt. Dat is precies wat Heel Arnhem Schoon losmaakt.
Een mooi voorbeeld vind ik wat Chris van Park Sacre Coeur doet. Na een moeilijke start heeft hij echt verbinding gemaakt met de gemeente, en dat heeft geleid tot iets inspirerends. Zulke voorbeelden laten zien dat samenwerking loont — en dat het op nog veel meer plekken kan.
Wat vind je het mooiste aan de samenwerking tussen gemeente en bewonersinitiatieven zoals Heel Arnhem Schoon?
Dat er échte mensen achter zitten. Neem die mevrouw in Vredenburg die meerdere keren per week haar wijk schoonloopt. Ze ruimt zakken vol afval op, maar weet soms niet waar ze ermee naartoe moet. Dat lijkt een klein ding, maar het zegt veel.
Het gaat om verbinding en om elkaar weten te vinden. Als vrijwilligers weten bij wie ze terecht kunnen, als ze snel geholpen worden, dan voelt het goed. Daar kunnen we als gemeente nog beter in worden — zorgen dat die lijnen kort blijven.
Soms is één contactpersoon of een direct mailtje al genoeg. Die korte lijntjes zijn goud waard. Want zonder de vrijwilligers, zonder de bewonersinitiatieven, zou een Heel Arnhem Schoon niet bestaan.
Wat zou je willen zeggen tegen de vrijwilligers die dagelijks afval opruimen?
Dat ze elke dag het verschil maken. Echt waar! Als zwerfafvalvrijwilligers een maand niets zouden doen, zou de stad dat direct merken.
Ik weet dat het soms ondankbaar voelt, maar je ziet direct resultaat. Dat is de kracht van dit werk: je maakt Arnhem zichtbaar mooier. En daar mogen alle vrijwilligers trots op zijn. Ze zijn het levende bewijs dat het anders kan.
Heb je zelf weleens iets bijzonders of geks gevonden tijdens het opruimen?
Zeker. Ik houd regelmatig het parkeerterrein bij Zypendaal schoon. Daar kom je de vreemdste dingen tegen. Laatst vond ik een volle luier, keurig in een haag ‘verstopt’. Dan denk ik: hoe verzin je het? Vijftien meter verderop staat gewoon een prullenbak.
Of mensen die in de auto zitten te eten en vervolgens alles buiten de deur gooien. Hun auto is brandschoon, maar de straat ligt vol. Dat blijft me verbazen. Even je afval meenemen, dat is toch niet te veel gevraagd?
En na evenementen of wedstrijden bij Vitesse zie je het ook: bergen afval. Terwijl, als iedereen zijn eigen rommel opruimt, is het probleem opgelost. Het is echt een kwestie van gedrag.
Wat is er volgens jou nodig om dat gedrag te veranderen?
Opvoeding, herhaling en voorbeeldgedrag. Het begint thuis, met wat je meekrijgt.
Ik herinner me nog dat ik als docent een les gaf over milieu. Alles ging goed — tot de pauze. Toen lag het hele schoolplein vol. Dat zegt genoeg: bewustwording is één ding, maar het vraagt om herhaling, om het blijven voordoen.
Als mensen anderen zien opruimen, als ze merken dat hun wijk schoner blijft, dan verandert er langzaam iets. En dat is precies waar Heel Arnhem Schoon over gaat: elkaar inspireren door te doen.
Stel, je bent één dag vrijwilliger bij Heel Arnhem Schoon. Waar zouden we je dan met een prikstok tegenkomen?
Waarschijnlijk bij Zypendaal of langs de Zypendaalseweg bij Sonsbeek. Daar ligt nog wel eens wat in de berm. Ook de afslagen van de A50 zijn plekken waar ik me blijf verbazen over wat mensen allemaal uit hun auto gooien.
Gelukkig wordt de verkeerssituatie daar aangepast, dat scheelt al veel. Maar uiteindelijk draait het om bewustzijn. Als iedereen zijn eigen afval opruimt, is het probleem opgelost.
Dat is voor mij de kern: wij zijn de gemeente. Niet ‘zij’ op het stadhuis. Wij allemaal, samen. En als we dat blijven voelen, dan blijft Arnhem niet alleen schoon — dan blijft het ook de mooiste stad van Nederland.